Tips voor onderweg

Maximumsnelheden
In Nederland gelden de volgende maximumsnelheden:
50 km/u: In dorpen en steden (binnen de bebouwde kom). Uitzonderingen worden aangegeven door speciale verkeersborden of -tekens.
80 km/u: Buiten de bebouwde kom (mits niet anders aangegeven).
100 km/u: Op autowegen (aangeduid door een blauw verkeersbord met een witte auto in het midden). Vaak vindt u op deze wegen tevens gele 100 km bordjes op de vangrails. Op autowegen geldt geen minimumsnelheid.
120 km/u: Op autosnelwegen (aangeduid door een blauw verkeersbord met een witte snelweg in het midden), mits niet aangegeven dat er een maximumsnelheid van 100 km/u geldt. Op stukken waar een snelheid van 120 km/u is toegestaan, vindt u geen gele bordjes op de vangrails.

Richting aangeven
Geef altijd richting aan als u van rijbaan wisselt, inhaalt, voorgesorteerd staat, in- en uitvoegt op auto- en snelwegen, etc.

Verlichting
Wanneer u in het donker rijdt, ontsteek dan altijd uw dimlicht. Het is wettelijk niet toegestaan om met parkeerlicht te rijden. Gebruik uw stadslicht (groot licht) uitsluitend als u op onverlichte wegen buiten de bebouwde kom rijdt.

Voorrang
Over het algemeen hebben motorvoertuigen en fietsers die van rechts komen voorrang. Deze regel geldt tevens op rotondes (mits niet anders aangeduid). Trams hebben voorrang, ongeacht of zij van links of van rechts komen.

Veiligheidsgordels
Het dragen van een veiligheidsgordel is wettelijk verplicht voor bestuurders van het voertuig én voor alle overige passagiers. Het is wettelijk niet toegestaan om kinderen jonger dan 12 jaar voor in de auto mee te laten reizen!

Mobiel telefoneren in de auto
Bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen en invalidenvoertuigen mogen niet bellen of gebeld worden zonder hulpmiddelen als een headset of carkit. Ook SMS-en, e-mailen en WAP-en zijn niet toegestaan. U mag uw mobiele telefoon zelfs niet vasthouden.

Het verbod geldt alleen tijdens het rijden, ook in een rijdende file. Gebruik maken van uw mobiele telefoon is wel toegestaan als u stilstaat of bent geparkeerd. Fietsers, snorfietsers, ruiters en rij-instructeurs als bijbestuurder vallen buiten het verbod. Voor gebruik van apparatuur als mobilofoons van taxi’s en 27 MC-communicatie-apparatuur geldt het verbod niet.

Overtreding van dit verbod kan u een fikse boete opleveren. Tevens kan uw mobiele telefoon in beslag genomen worden.

Parkeren
In de meeste steden in Nederland is parkeren alleen toegestaan op de officiële parkeerplaatsen bij parkeerautomaten en in parkeergarages. Parkeerautomaten zijn herkenbaar aan een gele (of blauwe) lichtbox met de letter P.

De parkeermogelijkheden in de stad worden aangegeven door middel van het parkeerroute-informatiesysteem. De blauw/witte borden van dit systeem verwijzen naar de dichtstbijzijnde parkeergarage waar vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Hoe dichter u bij de binnenstad komt, des te specifieker de informatie over het aantal beschikbare plaatsen in de diverse parkeergarages. Het systeem houdt rekening met de situatie op het moment dat u bij de garage aankomt.

Als u wilt parkeren op één van de officiële parkeerplaatsen bij parkeerautomaten, dan geldt dat als u geen geldige parkeerkaart bezit, u tegen betaling een parkeerkaart moet trekken uit de parkeerautomaat in de straat. De kaart legt u zichtbaar aan de binnenkant van de voorruit. Doet u dit niet, dan loopt u de kans een parkeerbon te krijgen, een wielklem op uw auto aan te treffen of zelfs dat de auto wordt weggesleept.

Transferia
Een alternatief voor het parkeren in steden bieden transferia. U parkeert uw auto makkelijk, goedkoop en veilig op een daarvoor bestemd parkeerterrein en reist daarna met het openbaar vervoer naar de plaats van bestemming. Er zijn reeds negen transferia in Nederland en wel voor de volgende steden: Amsterdam (Amsterdam ArenA), Arnhem (Arnhem Gelredome), Groningen (Groningen-Kardinge), Hoorn, Leiden (’t Schouw A44), Renesse, Rotterdam (Ridderkerk), Sittart en Utrecht (Utrecht-Westraven). Voor meer informatie kijkt u op www.minvenw.nl/rws/bwd/transferium.

Alarmnummer
Het nationale alarmnummer voor noodgevallen in Nederland is 112.

Ongeval
Op het moment dat u bij een ongeval betrokken raakt, onderneemt u dan de volgende stappen:
· Stop het voertuig onmiddellijk;
· Ontsteek uw alarmlichten en plaats de gevarendriehoek ongeveer 30 meter van uw voertuig om het overige verkeer te waarschuwen;
· Onderzoek of er sprake is van lichamelijke dan wel materiele schade;
· Waarschuw de politie en indien nodig de brandweer en ambulancedienst;
· Blijf op de plaats van ongeval. Vul het schadeformulier in. Noteer tevens de namen en adressen van eventuele getuigen;
· Zelfs als u denkt dat u (gedeeltelijk) schuldig bent aan het ongeval, doet u hier geen uitspraken over. Doe ook geen betalingen!;
· Verplaats of verwijder geen bewijsmateriaal zoals gebroken glas en remsporen.